De aarde kan wel voor zichzelf zorgen (top)

VoxClamantis.nl

Home - Funny stories - Religion - Politics - Science - Sex - Life - Pictures - Cartoons - Links - Contact

sitemap


De aarde kan wel voor zichzelf zorgen (1)
Vooropgesteld: op duurzaamheidsgebied ben ik best een brave burger. Biologisch is de norm bij het doen van de boodschappen; glas en papier worden al jaren netjes gescheiden; trein en fiets zijn de meest gebruikte vervoersmiddelen. Ik ben dol op plantjes, diertjes, bos en duin. Het dubbele glas voor ons nieuwe huis is in bestelling … enfin, u snapt wat ik bedoel. We doen ons best.
 
Nog iets: de kritiek die een week of wat geleden werd uitgeoefend op het IPCC, het netwerk van klimaatwetenschappers, vond ik vallen in de categorie klein bier. De hoofdconclusie: de aarde warmt dezer jaren op, mede door toedoen van de mens, staat recht overeind. Ik heb geen reden deze hoofdconclusie in twijfel te trekken.
Zo.
 
Mijn stelling is dat de klimaat- en duurzaamheidsdiscussie onjuist wordt gevoerd. Save the planet is een rare doelstelling. Red de mens, zou al beter zijn. Maar zelfs bij die doelstelling zijn vraagtekens te zetten. Dit krijg je ervan als je je enigszins verdiept in de geschiedenis van de planeet. Dit is uiteraard het werk van gediplomeerd geologen, maar ook een eenvoudige econoom kan kennisnemen van hun verhelderende perspectief.
 
Het geologische perspectief verheldert omdat de beroepsgroep van geologen tijd in andere grootheden meet dan wij gewend zijn. Tienduizend jaar, voor een normaal mens een eeuwigheid, is bij geologen een oogwenk. Hun startpunt is het ontstaan van de aarde, een slordige vijf of zes miljard jaar geleden.
Fases in de ontwikkeling van de aarde worden gemeten in tientallen of honderden miljoenen jaren. Ze zien daarom een andere wereld. Met als gevolg dat ze andersoortige conclusies trekken over de planeet.
 
Tijd gaat in feite over wat vloeibaar is. Bij economen is de korte termijn de periode waarin de productiecapaciteit van een economie gegeven is. Veranderingen in de economie hebben dan invloed op de bezettingsgraad van die productiecapaciteit: die is hoog als er veel vraag is en laag als er weinig vraag is. Op een langere termijn kan – door investeringen van bedrijven – de productiecapaciteit wel groter (en kleiner) worden. Een hoge bezettingsgraad lokt investeringen uit die de productiecapaciteit uitbreiden.
 
Tijd gaat dus over aanpassingen, waarbij niet meer als gegeven kan worden beschouwd dat hoe langer de termijn, des te meer vloeibaar wordt.
 
In de geologische tijd is in feite niets gegeven. Waar wij in de Alpen een gegeven zien, zien geologen twee botsende aardschollen, waarbij de ene de andere omhoog duwt. Denken wij dat continenten vrij stabiel zijn, zij zien platen die eerst aan elkaar vast zaten, toen van elkaar losbraken en over niet al te lange tijd (in de geologische tijdrekening dan toch) weer aan elkaar vast zullen zitten, waarbij Afrika dan trouwens aansluit op de kust van Noord-Amerika.
 
Voor de klimaatdiscussie zijn vanuit dit perspectief een paar observaties te noteren. De belangrijkste: in de geschiedenis van de planeet hebben zich in het klimaat variaties voorgedaan die makkelijk een factor honderd groter zijn dan de nu door het IPCC verwachte veranderingen voor de komende honderd jaar. Het is op aarde – vlak na de vorming ervan, uit brokken botsend ruimtepuin – zo heet geweest dat een mens (vanuit de ruimte op de planeet gegooid) simpelweg zou verdampen. De aarde is – veel later – één grote ijsbal geweest. De Sahara stond vol bomen. De Middellandse Zee heeft al tien keer droog gestaan. Nog niet zolang geleden (in geologische termen) kwam je leeuwen tegen op de plaats waar nu de Noordzee ligt. En aan al deze variaties in het klimaat kwam geen mens te pas – de homo sapiens en voorgangers bestonden niet of nauwelijks. 
 
Deze grote klimaatveranderingen zijn ‘natuurlijk’, in de zin dat zich processen voltrekken buiten mens (en dier) om. Denk aan: endogene krachten (zoals die schuivende platen) maar ook aan exogene schokken als vulkaanuitbarstingen en binnenvallende meteoren.
(Vooral) door veel kooldioxide uit te stoten, beďnvloedt de mens het klimaat. Maar de krachten (en schokken) die de ontwikkeling van de aarde de afgelopen vijf miljard hebben gevormd tot wat zij (nu, eventjes) is, werken uiteraard ook nog steeds door. En die twee invloeden verhouden zich tot elkaar als de spreekwoordelijke muis en olifant.
 
Red de planeet is vanuit dit perspectief zowel een aanmatigende als een potsierlijke doelstelling. De aarde is al vijf miljard jaar groot genoeg om voor zichzelf te zorgen. Hij kan vast kapot, maar ons, de mensen, gaat dat niet eens lukken als we het doelbewust zouden proberen.
Klimaatbeleid gaat niet over de planeet, maar over de mens. Daarover volgende week meer.

Frank Kalshoven, Het spel en de knikkers, VK 13-3-2010, blz. 13

De aarde kan wel voor zichzelf zorgen (2)
Geologen hanteren voor de tijd andere schalen dan we gewoon zijn, schreef ik vorige week, en een blik op de aarde vanuit geologisch perspectief kan helpen de doelen voor het klimaatbeleid en duurzaamheid scherper te formuleren. Het ‘redden van de planeet’ door aanpassing van menselijk gedrag is een aanmatigende en potsierlijke doelstelling, schreef ik. Klimaatbeleid gaat over de mens.
 
De homo sapiens (en voorgangers) leven pas enkele tienduizenden jaren op aarde, wat in de geologische tijdrekening betekent dat we er net zijn – de aarde is een slordige vijf miljard jaar oud. Gedurende die vijf miljard jaar heeft de aarde al heel wat rare kostgangers voorbij zien komen, van de eerste klonters bacteriën, via dinosauriërs tot zoogdieren.
 
Voor de aarde maakt het niet veel uit wie er op de afgekoelde korst boven de lava rondscharrelen, maar de scharrelaars zelf zijn wel afhankelijk van de ontwikkelingen van en op de planeet. Miljoenen jaren van evolutie werden vernietigd toen de dinosauriërs uitstierven, vermoedelijk na de inslag van een groot stuk steen uit de ruimte. De evolutie begon gewoon opnieuw met de huidige soortenrijkdom als resultaat. Zouden bij een volgende ‘grote gebeurtenis’ – bijvoorbeeld als gevolg van vulkaanuitbarstingen waarvan het stof de aarde afschermt van de zon – de huidige soorten uitsterven, dan zullen er weer nieuwe soorten ontstaan. De mens zal dan net zo min terugkeren als de dino’s na de vorige grote gebeurtenis.
 
Klimaatbeleid gaat dus over de mens en diens kansen op aarde, gegeven de natuurlijke processen die zich buiten de menselijke invloedsfeer voltrekken, en die – zie vorige week – veel langzamer maar ook krachtiger zijn dan wat de mens zoal uitspookt. En de enige reden om ons er druk over te maken is vanuit ons eigen belang: het laat de aarde koud of we voortbestaan; de andere soorten op aarde, dieren en planten, zijn zonder ons beter af, terwijl die soorten zelf, voor de aarde, net zo belangrijk zijn als de mens: niet.
 
We doen het voor onszelf. Dat is de, wat mij betreft, verhelderende conclusie van de ‘longer view’ op de ontwikkeling van de aarde. Het zet, althans in mijn hoofd, allerlei milieukwesties in een ander licht.
 
Neem soortenrijkdom. Door het in rap tempo uitsterven van allerlei soorten dieren en planten neemt die heterogeniteit af. Dat is erg, zeggen natuur- en milieubeschermers en ministers die erover gaan.
Maar waarom dan eigenlijk? Niet vanwege de natuur of de aarde zelf, hebben we nu vastgesteld. Wel of geen ijsberen – het laat de aarde koud. Afnemende soortenrijkdom kan om nog maar twee redenen ‘erg’ zijn. Ten eerste: de mens vindt een soort de moeite waard om te bewaren, bijvoorbeeld om esthetische redenen, omwille van vermakelijkheid of vanwege de bruikbaarheid (baten). Ten tweede: het verdwijnen van een soort heeft op wat langere termijn negatieve consequenties voor de mens, vanwege het een of andere kringloopeffect (veroorzaakt kosten).
 
Zo beschouwd zijn we dan plots weer dicht bij het economische huis. Want het al dan niet beschermen of redden van soorten wordt dan een onderwerp voor een maatschappelijke kosten/baten-analyse.
 
Of neem de effecten van zeespiegelstijging. Wie tot zich laat doordringen dat de Middellandse Zee zo’n tien keer is drooggevallen en weer is volgestroomd, realiseert zich dat de nu voorspelde stijging van de zeespiegel – voor Nederland veel minder dan een meter in honderd jaar – kinderspel is. Tussen nu en, zeg, tien miljoen jaar, zal de zeespiegel tientallen meters stijgen en dalen. En de aarde noch de natuur zullen zich hier iets van aantrekken. Waar het om gaat is: het is onhandig voor de mens.
 
Dit voert tot een radicale economische conclusie. Vorige week zagen we dat tijd in feite gaat over dat wat vloeibaar is: niets is vloeibaar op korte en alles is aanpasbaar op lange termijn. Gegeven de fluctuaties in de zeespiegel op lange termijn lijkt het, ongeacht dat metertje door CO2-uitstoot, omwille van toekomstige generaties onverstandig het economisch zwaartepunt van een land onder huidig zeeniveau te bouwen in een modderige rivierdelta. Oftewel: Nederland is geologisch onverstandig.
 
Op korte termijn ligt de Randstad uiteraard fysiek vast. Maar op de lange termijn kan het zwaartepunt naar hoger gelegen grond worden verschoven. Hoe dat op een verstandige manier zou kunnen, is een echte hersenkraker. Dat lossen we vandaag niet op.
 
Een open vraag bij dit alles: als menselijk gedrag in klimaattermen een muis is, en de natuur zelf is de olifant, moeten we ons dan zorgen maken over het gedrag van de muis of ons voorbereiden op het langs stampen van de olifant?
 
Kort en goed: save the planet is onzin. Save the people is eerlijker. En of CO2-reductie bij het redden van de mensen zo belangrijk is, dat is – bekeken vanuit geologisch perspectief – nog maar helemaal de vraag. Aanpassen zou slimmer kunnen zijn.
 
Frank Kalshoven, Het spel en de knikkers, VK 20-3-2010, blz. 13

 
(top)

 


Update: 24 March 2010   -   Comments: info@voxclamantis.nl   -   Copyright 2007-2013: voxclamantis.nl